Het terrein van Tata Steel in IJmuiden is al meer dan een eeuw in gebruik voor staalproductie en vormt een van de grootste industriële complexen van Nederland. Gedurende de historie van het gebied was het een belangrijke werkgever, voorheen als de Koninklijke Hoogovens. Het bedrijf heeft een belangrijke rol gespeeld in de wederopbouw van Nederland en in de economische ontwikkeling in de regio. Tegelijkertijd is het uitgegroeid tot het meest vervuilende bedrijf van het land, is duidelijk geworden hoeveel schade het bedrijf veroorzaakt aan klimaat, milieu, leefomgeving en gezondheid. Ook is de economische relevantie fundamenteel veranderd in een tijdperk waarin Nederland haar grondstoffen en energie importeert en een structureel tekort aan technische mensen heeft.
Het terrein van Tata Steel in IJmuiden is al meer dan een eeuw in gebruik voor staalproductie en vormt een van de grootste industriële complexen van Nederland. Gedurende de historie van het gebied was het een belangrijke werkgever, voorheen als de Koninklijke Hoogovens. Het bedrijf heeft een belangrijke rol gespeeld in de wederopbouw van Nederland en in de economische ontwikkeling in de regio. Tegelijkertijd is het uitgegroeid tot het meest vervuilende bedrijf van het land, is duidelijk geworden hoeveel schade het bedrijf veroorzaakt aan klimaat, milieu, leefomgeving en gezondheid. Ook is de economische relevantie fundamenteel veranderd in een tijdperk waarin Nederland haar grondstoffen en energie importeert en een structureel tekort aan technische mensen heeft.
Tata Steel IJmuiden is de grootste uitstoter van broeikasgassen en van stikstof in Nederland en verbruikt grote hoeveelheden water, waarvan het merendeel vervuild wordt geloosd. Het bedrijf is daarnaast een belangrijke bron van fijnstof, zware metalen en andere zeer zorgwekkende stoffen, waarbij in de IJmond concentraties worden gemeten die aanzienlijk hoger liggen dan elders in Nederland.
De gezondheidsgevolgen voor omwonenden zijn uitgebreid gedocumenteerd, en omvatten onder andere een verhoogde kans op longkanker, astma en hart- en vaatziekten, evenals schadelijke effecten van blootstelling aan lood en PAK’s bij kinderen. De maatschappelijke kosten zijn aanzienlijk en ook werknemers hebben een duidelijk verhoogd gezondheids- en sterfterisico ten opzichte van andere sectoren.
Tata Steel IJmuiden is de grootste uitstoter van broeikasgassen in Nederland. Jaarlijks stoot het bedrijf gemiddeld 11 tot 12 megaton CO₂ uit, goed voor 7-8% van de totale Nederlandse uitstoot. Deze uitstoot is al meer dan tien jaar ongeveer gelijk. Tata Steel verbruikt ongeveer 240 miljard liter water per jaar, inclusief 33 miljard liter zoetwater, 0,5 miljard liter gezuiverd drinkwater (15% van industrieel verbruik in Nederland), 170 miljard liter zoutwater en 13 miljard liter brak water. Er wordt 215 miljard liter (vervuild) water weer in zee geloosd, dat is meer dan 4x zoveel als het jaarlijks drinkwatergebruik van heel Amsterdam. Daarnaast is Tata Steel de grootste individuele uitstoter van stikstofoxiden en verantwoordelijk voor aanzienlijke emissies van fijnstof, zware metalen en andere zeer zorgwekkende stoffen. In de IJmond worden concentraties van onder meer ijzer, mangaan, vanadium, chroom en PAK’s gemeten die tientallen malen hoger liggen dan elders in Nederland.
De gevolgen hiervan voor de gezondheid van omwonenden zijn uitgebreid gedocumenteerd. Inwoners rondom het staalcomplex hebben tot 50% meer kans op longkanker. Ook het aantal nieuwe gevallen van astma ligt hoger dan gemiddeld, met name onder kinderen. Inwoners rondom Tata krijgen 11 tot 16 procent vaker medicijnen voor hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk en diabetes. De blootstelling aan lood en PAK in neergedaald stof wordt als ongewenst en schadelijk beschouwd, vooral vanwege de neurotoxische effecten bij jonge kinderen.
De Expertgroep Gezondheid IJmond geeft aan dat de RIVM de schade onderschat. Zo ontbreken belangrijke gezondheidseffecten zoals het effect van fijnstof en stikstofdioxide op vroeggeboorte, laag geboortegewicht, een verminderde longfunctie, niet-fatale hartaanvallen en diabetes type 2 en ontbreekt de kwantificering van gezondheidseffecten van stoffen zoals metalen (o.a. vanadium, ijzer), ultrafijnstof, vluchtige organische verbindingen (benzeen, zwavelwaterstof). De maatschappelijke kosten van deze situatie worden geraamd op minimaal 1,1 miljard euro per jaar, bestaande uit zorgkosten, verminderde levenskwaliteit, schade aan landbouw en aantasting van het woon- en leefklimaat.
Ook voor werknemers is Tata Steel een ongezonde werkomgeving. Zij hebben 46% meer kans om te overlijden voordat ze de pensioenleeftijd bereiken dan mensen die voor andere bedrijven werken.
De financiële positie van Tata Steel Nederland is zwak, met structureel lage marges, recente forse verliezen en beperkte buffers tegenover grote investeringsbehoeften. Het werkkapitaal en de kredietruimte zijn grotendeels benut, terwijl voor verduurzaming aanzienlijke eigen middelen en externe financiering nodig zijn. Het is onduidelijk hoe deze zullen worden verkregen. Tegelijkertijd voert het bedrijf ingrijpende bezuinigingen en reorganisaties door. Het Indiase moederbedrijf heeft geen garantstelling afgegeven, waardoor financiële risico’s bij een eventueel faillissement zoals een sociaal plan voor werknemers of de financiering van de bodemvervuiling niet veilig zijn gesteld.
Daarnaast staat Tata Steel IJmuiden juridisch onder zware druk, met lopende handhavingsprocedures, risico op intrekking van vergunningen, twee strafrechtelijke onderzoeken en een omvangrijke civiele aansprakelijkheidsprocedure namens omwonenden.
De financiële positie van Tata Steel Nederland is zwak. Over de afgelopen tien jaar behaalde het bedrijf gemiddeld een winstmarge van 1-2%. De afgelopen boekjaren werden gekenmerkt door aanzienlijke verliezen, 760 miljoen euro over de laatste twee boekjaren. De beschikbare financiële buffers zijn beperkt en ontoereikend voor de omvangrijke investeringen die nodig zijn voor zowel onderhoud als verduurzaming van het complex.
In het laatste jaarverslag was 477 miljoen euro aan werkkapitaal (current assets -/- current liabilities) te zien, veel te weinig gezien de grote investeringsopgave waar het bedrijf voor staat. In 2024 kreeg TSN drie noodkredieten voor 600 miljoen, afgezet tegen haar debiteuren, de kredietruimte is daarmee bijna volledig verbruikt. Volgens de JLOI zou TSN zelf 825 miljoen euro moeten inleggen voor uitvoering van het Heracless plan, nog los van de 715 miljoen euro externe bankfinanciering. Onduidelijk is waar dit geld vandaan zou moeten komen.
Ondertussen bezuinigt het bedrijf op alle mogelijke posten. In 2024 werd 60 miljoen euro bezuiniging aangekondigd (met name op zakenreizen, opleidingen, de tuinman, koffie voor medewerkers), leveranciers kregen eerder al het verzoek om langere betalingstermijnen toe te staan. In april 2025 werd aangekondigd dat 1,600 banen zouden verdwijnen voor 150 miljoen euro besparing, onderdeel van een bezuiniging van 500 miljoen euro per jaar. De Centrale Ondernemingsraad (COR) heeft aangegeven het besluit om te bezuinigen op R&D te willen laten toetsen bij de Ondernemingskamer.
Het Indiase moederbedrijf heeft geen garantstelling (403-verklaring) afgegeven en is juridisch daarom niet aansprakelijk voor schulden, een sociaal plan of toekomstige saneringskosten in Nederland in geval van een faillissement. Hierdoor ligt een belangrijk financieel risico bij de Nederlandse overheid en samenleving.
Naast financiële kwetsbaarheid staat Tata Steel IJmuiden ook juridisch onder zware druk. Er lopen tientallen procedures met de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied over overtredingen van vergunningen en opgelegde lasten onder dwangsom. Voor specifieke installaties, zoals kooksgasfabriek 2, is een aanzegging tot herstel verstuurd waarbij intrekking van de vergunning expliciet in beeld is als verbeteringen uitblijven. Daarnaast loopt er een strafrechtelijk onderzoek van het Openbaar Ministerie naar mogelijke milieudelicten, en is een grootschalige civiele aansprakelijkheidsprocedure aangespannen namens omwonenden waarin schadevergoedingen van miljarden euro’s worden gevorderd.
Toezichthouder Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en onderzoeksinstanties schetsen al jaren een beeld van Tata Steel als een bedrijf dat structureel tekortschiet in naleving van vergunningsvoorschriften en transparantie. Metingen van de Omgevingsdienst en het RIVM tonen herhaaldelijk hogere emissies van onder meer benzeen, lood, arseen en PAK’s dan door het bedrijf zelf wordt gerapporteerd, wat heeft geleid tot aangiftes en talrijke handhavingsprocedures. De toezichthouder kwalificeert het gedrag van Tata als “calculerend en opportunistisch”, waarbij bekende risico’s worden geaccepteerd en pas na sancties maatregelen worden genomen; opgelegde lasten onder dwangsom leiden regelmatig tot langdurige juridische procedures zonder directe verbetering.
Daarnaast meet het bedrijf in belangrijke mate zelf zijn emissies, wat een structureel belangenconflict oplevert en bij controles herhaaldelijk tot bijstellingen naar boven heeft geleid. Een aanzienlijk deel van de installaties is sterk verouderd, wat de kans op storingen en emissiepieken vergroot en effectieve handhaving bemoeilijkt.
De toezichthouder (Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied) en onderzoeksinstanties schetsen al jaren een beeld van Tata Steel als een bedrijf dat structureel tekortschiet in naleving en transparantie.
Uit metingen van de Omgevingsdienst en het RIVM blijkt dat emissies van onder andere benzeen, lood en arseen in de praktijk regelmatig veel hoger zijn dan door het bedrijf zelf wordt gerapporteerd in het elektronisch milieujaarverslag. Deze discrepanties zijn geen incidenten, maar maken deel uit van een terugkerend patroon. Greenpeace en FrisseWind.nu deden in december 2025 aangifte bij het Openbaar Ministerie voor het structureel overtreden van de normen. Zo bleek in 2024 de uitstoot van PAKs tot 14 keer hoger dan gerapporteerd, de uitstoot van zware metalen (waaronder lood en nikkel) bleek tot 37 keer hoger en ook de uitstoot van benzeen was veel te hoog. Hetzelfde beeld werd geschetst in verschillende onderzoeken van het RIVM en er lopen tientallen procedures voor overschrijdingen van de vergunningsnormen.
De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied kwalificeerde de handelwijze van Tata Steel in inspectie en onderhoud als “calculerend en opportunistisch”. Daarmee wordt bedoeld dat het bedrijf bekende risico’s kent en accepteert en pas corrigerende maatregelen neemt nadat handhavend is opgetreden. Tata Steel gaat bovendien structureel in beroep tegen opgelegde sancties en besluiten, wat leidt tot langdurige procedures en vertraging van noodzakelijke verbeteringen. Neem als voorbeeld de Oxystaalfabriek: over het jaar 2022 kwam hier teveel stof vrij. In oktober 2023 is de eerste Last Onder Dwangsom (LoD) opgelegd van €500.000 (twee verbeuringen van €250.000) voor het overschrijden van de stofnorm. In december 2024 is een tweede LoD opgelegd met een dwangsomhoogte tot maximaal €2 miljoen (vier verbeuringen a €500.000), waarvan inmiddels de derde verbeuring is opgelegd. Ondertussen is er sinds 2022 nog niks verbeterd aan de hoeveelheid stof die vrijkomt bij de oxystaalfabriek.
Tata Steel meet op dit moment haar eigen uitstoot niet (primair), maar dit geeft een structureel belangenconflict: dezelfde partij die financieel en juridisch belang heeft bij lage gerapporteerde emissies levert de meetdata waarop handhaving, vergunning-naleving en publieke gezondheidsdiscussie leunen. Ook al moet het bedrijf de meetapparatuur kalibreren, er is veel reden om bijvoorbeeld emissiepieken te “missen” (bijv. bij storingen, bypasses, onderhoud) of de lokatie van de meetapparatuur zo te bepalen dat de gemeten emissies zo laag mogelijk zijn. Bij controles blijkt keer op keer dat Tata te lage waardes opgeeft voor de uitstoot van stoffen, waaronder ZZS, pas bij controles door de Omgevingsdienst worden deze aangepast en de hogere uitstoot meegenomen. Zo zijn er maar liefst twaalf ZZS waarvan de gerapporteerde uitstoot significant is toegenomen. Ten aanzien van acht van deze twaalf stoffen is de gerapporteerde uitstoot in 2024 meer dan 200% hoger dan in 2022.
Een groot deel van de installaties op het terrein is sterk verouderd. Hoogoven 6 is gebouwd in 1967, inmiddels dus 59 jaar in gebruik en hoogoven 7 is gebouwd in 1972 (54 jaar in gebruik). De levensduur van een typische hoogoven, bij goed onderhoud en regelmatig relining, is ongeveer 40 jaar. Kooksgasfabriek 1 is sinds 1924 in bedrijf en Kooksgasfabriek 2 werd in 1972 in gebruik genomen. Dit zijn dus geen nieuwe of innovatieve fabrieken, maar stokoude installaties die gebruikmaken van decennia oude technologie. Het gebruik van deze verouderde infrastructuur vergroot de kans op storingen, emissiepieken en incidenten en maakt effectieve handhaving complexer.
Kortom; er moet iets gebeuren met de fabriek. Daarover zijn alle belanghebbenden het eens.
Het toekomstplan van Tata Steel, genaamd Heracless, voorziet in een overstap van kolen naar aardgas via Direct Reduced Iron-technologie, met een mogelijke latere overgang naar biomethaan. Waar voorheen werd gesproken over productie op basis van groene waterstof is dat inmiddels losgelaten.
De klimaatwinst van de overstap naar gas is beperkt, omdat de LNG dat nodig zal zijn over de keten vrijwel even vervuilend zal zijn als kolen. Tegelijkertijd neemt de afhankelijkheid van geïmporteerd gas toe, met name uit de Verenigde Staten en het Midden-Oosten. De beoogde overstap naar biomethaan is daarnaast onzeker. Per saldo is onzeker of de mondiale CO₂-uitstoot substantieel daalt.
Op het gebied van gezondheid en milieu blijven de verbeteringen volgens de betrokken adviescommissie beperkt. De uitstoot van fijnstof verandert nauwelijks, sommige emissies nemen toe en de productie van staalslakken stijgt aanzienlijk, terwijl toepassing daarvan in de praktijk regelmatig tot milieuschade leidt.
Het huidige toekomstplan van Tata Steel IJmuiden, genaamd Heracless, richt zich op een geleidelijke overstap van kolen naar aardgas via Direct Reduced Iron-technologie, met de intentie om op termijn over te schakelen op groen gas (biomethaan). Er is geen intentie meer om over te stappen op staalproductie op basis van groene waterstof.
De transitie van kolen naar gas levert in de praktijk slechts beperkte klimaatwinst op. In de JLOI wordt voor de overstap van kolen op gas een reductie van 2,9 Mton CO2 aangenomen, maar dit is alleen scope 1 – de emissiereductie die mondiaal wordt bereikt is zeer beperkt. Over de keten is LNG van buiten Europa namelijk vrijwel net zo vervuilend als kolen.
Door de overstap op gas vermindert de vraag naar kolen, maar groeit de afhankelijkheid van de VS en het Midden Oosten (en Rusland). In Nederland wordt namelijk significant minder gas gewonnen dan er wordt gebruikt. De verwachting is dat de komende jaren met name het aandeel LNG uit de VS flink zal groeien. En Europa wil de afhankelijkheid van de Verenigde Staten juist verkleinen in de huidige geopolitieke realiteit.
Tata wil certificaten inkopen voor biomethaan, maar er is nu nog nauwelijks aanbod en het opzetten van een gereguleerde markt met certificaten zal jaren duren. De overstap is niet juridisch afdwingbaar en Tata geeft in India aan dat het nog zeker 10 jaar zal duren voor ze overwegen om over te stappen op biomethaan. De geraamde 1,2 Mton reductie uit de overstap naar biomethaan is dus hoogst onzeker.
In de JLOI wordt ook gerekend op 0,6 Mton reductie komt uit CCS-projecten, maar deze wordt betaald door middel van een aanvullende subsidie (de SDE++ regeling) en kan dus niet worden toegerekend aan de maatwerkafspraken.
Het is dus onzeker of er op mondiaal niveau überhaupt CO2 reductie te verwachten is van de maatwerkafspraken, en in elk geval is deze significant lager dan aangenomen wordt in de JLOI.
Ook op het gebied van gezondheid en milieu blijven de verbeteringen beperkt. De totale uitstoot van fijnstof verandert nauwelijks en sommige emissies, zoals dioxines, nemen zelfs toe. Ultrafijnstof is niet structureel meegenomen in de beoordeling. De commissie die voor dit onderwerp is ingesteld geeft in haar advies aan “De inschatting van de Expertgroep is dat de gezondheidsverbetering op basis van deze JLoI beperkt zal zijn“.
Daarnaast leidt de nieuwe productiewijze tot een forse toename van de productie van staalslakken. TSN produceert nu ~650.000 ton staalslak per jaar, na de transitie wordt dit naar verwachting 1 miljoen ton. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft aangetoond dat op 9 van de 10 locaties waar staalslakken zijn toegepast, sprake is van milieuschade, ondanks dat de toepassingen voldeden aan de geldende wet- en regelgeving. Er komen namelijk zware metalen vrij als staalslakken in aanraking komen met water en die zijn zeer schadelijk voor het milieu en kunnen bij mensen onder meer bloedneuzen en luchtwegproblemen veroorzaken.
Het groen staalplan legt een groot beslag op schaarse energie en publieke middelen. De elektriciteitsvraag van Tata Steel neemt sterk toe in een regio waar het hoogspanningsnet al volledig is benut en duizenden bedrijven op een wachtlijst staan. Daarnaast blijft de productie in de eerste decennia afhankelijk van grote hoeveelheden aardgas, wat de import van LNG vergroot en de energieafhankelijkheid en -kosten voor andere gebruikers kan verhogen. De stikstofuitstoot van het bedrijf blijft een belemmerende factor voor natuur en regionale ontwikkeling, waaronder woningbouwprojecten.
Tegelijkertijd stelt Tata voorwaarden aan de overheid, waaronder gelijkblijvende elektriciteitskosten, ondersteuning van biomethaan, toegang tot windenergie en het voorkomen van aanvullende lasten. Voorwaarden die de overheid honderden miljoenen per jaar zouden kosten. Ook ziet het plan slechts op een deel van de installaties, waardoor aanvullende steun in een latere fase waarschijnlijk is. Per saldo zijn de publieke kosten hoog, terwijl de verwachte baten voor klimaat en gezondheid beperkt zijn.
Het groen staalplan legt bovendien een zeer groot beslag op schaarse publieke middelen. Na doorvoering van het “Groen staalplan” zal Tata volgens eigen cijfers zo’n 3,3 TWh (11,9 PJ) elektriciteit moeten inkopen van het net, ten opzichte van 0,9 TWh (3,4 PJ) in de situatie zonder aanpassingen. Als ook fase 2 van het Heracless plan doorgevoerd wordt zal dit nog eens verdubbelen. De toename van 2,4 TWh die extra van het elektriciteitsnet moet komen na fase 1 zou ook gebruikt kunnen worden om een heel aantal bedrijven op de wachtlijst te voorzien van een netaansluiting. TSN beschikt over een aanzienlijke aansluiting in een regio die gekenmerkt wordt door enorme krapte. Al in 2023 kondigde Tennet aan dat de ruimte op het hoogspanningsnet in de regio volledig benut is, er staan ruim 2.000 bedrijven op de wachtlijst voor een nieuwe of grotere netaansluiting, de wachttijd is inmiddels opgelopen tot tien jaar. Tata Steel beperkt hiermee op dit moment al de uitbreiding van een groot aantal Noord Hollandse bedrijven. Netbeheerders denken zelfs over te zullen moeten gaan op het afsluiten van de energievoorziening op drukke momenten.
De nieuwe staalfabriek zal de eerste jaren en zeker tot eind jaren dertig met aardgas staal produceren. Er is in dat geval 47 PJ/jaar nodig, oftewel 1,5 miljard m³ aardgas. Als we uitgaan van het basispad in de Klimaat Energieverkenning 2025, zal dit om 5-6% van de Nederlandse vraag naar gas in 2030 gaan. Aangezien Europa en Nederland niet voldoende gas produceren om aan haar vraag te voldoen, zal dit de import van LNG uit andere landen opdrijven, waarbij naar verwachting het grootste deel uit de Verenigde Staten zal komen. Dit vergroot zowel de Europese energie afhankelijkheid, maar ook de gemiddelde gasprijs waar andere industriële gebruikers en huishoudens mee te maken hebben, vanwege de hogere kostprijs van LNG.
Zoals bekend is TSN de grootste individuele stikstofuitstoter van Nederland. Deze uitstoot heeft grote impact op Noord-Hollandse natuurgebieden als het Noordhollands Duinreservaat. Het heeft ook een directe impact op bedrijvigheid in de regio. Zo zijn er meerdere woningbouwprojecten, zoals bijvoorbeeld Delversduin, stilgelegd door de huidige stikstofdepositie.
Tata heeft een aantal voorwaarden gesteld voor maatwerkafspraken. Zo mogen elektriciteitskosten niet stijgen, terwijl verzwaring en uitbreiding van het net tientallen of zelfs honderden miljarden euro’s gaat kosten de komende jaren. De overheid zou ook de markt voor biomethaan moeten subsidiëren, zodat Tata tegen die tijd dat ze willen overstappen niet meer betaalt dan voor fossiel gas. Daarbij wil Tata aanspraak maken op een windpark voor hernieuwbare energie, willen ze garantie dat er geen nationale CO2 heffing komt en mag de verwerking van staalslakken geen extra kosten vergen. Al met al is de inschatting dat de voorwaarden van Tata jaarlijks 375 tot 580 miljoen euro zouden kosten. Zonder deze publieke steun is het bedrijfsmodel niet concurrerend ten opzichte van staalproductie in andere Europese landen.
De plannen van Tata zijn ook niet haalbaar, en zeker niet binnen de tijdslijn die ze opgeven. De kans dat er in 2030 verbetering is, is zeer klein. Zo schrijft de commissie AMVI “De Adviescommissie acht de tijdlijn tot 2030, het ijkjaar voor de maatwerkafspraken, zeer krap“. En Mott Macdonald, die de technische beoordeling heeft gedaan, schrijft “A schedule review in Q2 2025 highlighted significant risks of delay due to permitting procedures. These risks have since materialised, and TSN has developed a new schedule, which has not yet been submitted for review”. In de JLOI staan geen garanties op tijdslijnen of consequenties als deze niet worden gehaald. Ook gaan de maatwerkafspraken alleen over het aanpakken van 1 van de 2 hoogovens en 1 van de 2 kooksgasfabrieken, voor fase 2 zal hoogstwaarschijnlijk weer subsidie worden gevraagd.
Kortom, het “Groen staalplan” kost 2 miljard euro voor fase 1, een onbekend bedrag voor fase 2 en honderden miljoenen euro’s per jaar de komende decennia. En positieve opbrengsten voor het klimaat en gezondheid van omwonenden zijn minimaal.
Hierin moeten we onderkennen dat Nederland nu al sterk afhankelijk is van import van grondstoffen en staal, 90% van ons staal en 100% van de grondstoffen voor staal wordt geïmporteerd. Onze afhankelijkheid van andere landen wordt bij verdwijnen van de staalfabriek niet groter, maar verschuift slechts. Met staalfabriek zijn we afhankelijk van het buitenland voor ijzererts en kolen of gas, zonder staalfabriek zijn we afhankelijk voor staal. Dit moeten we ook vooral bekijken op Europees niveau en niet voor Nederland specifiek.
Tata Steel IJmuiden produceert nauwelijks tot geen staal geschikt voor defensiematerieel en ombouw is kostbaar en duurt lang. Veel fabrieken die defensiematerieel produceren staan daarnaast in het buitenland, dus daar zijn we voor de eindproducten sowieso afhankelijk van andere landen. De (zeer beperkte) hoeveelheid staal die wel nodig is voor defensie kan ruimschoots binnen Europa worden opgevangen gezien de grote overcapaciteit.
In de huidige krappe arbeidsmarkt heeft technisch en hoger opgeleid personeel zoals bij Tata zeer goede perspectieven. Uit onderzoek blijkt ook dat ondernemers in de regio weinig risico zien bij sluiting van Tata Steel.
De toekomstige vraag naar primair staal zal afnemen door verdere elektrificatie en circulariteit. Voor de overgebleven vraag is Nederland vanwege ruimtegebrek, schaarste aan duurzame energie en personeel geen logische locatie voor nieuwe groenstaalcapaciteit. Een Europese aanbesteding ligt meer voor de hand.
Hierin moeten we onderkennen dat Nederland nu al sterk afhankelijk is van import van grondstoffen en staal, 90% van ons staal en 100% van de grondstoffen voor staal wordt geïmporteerd. Onze afhankelijkheid van andere landen wordt bij verdwijnen van de staalfabriek niet groter, maar verschuift slechts. Met staalfabriek zijn we afhankelijk van het buitenland voor ijzererts en kolen of gas, zonder staalfabriek zijn we afhankelijk voor staal. Dit moeten we ook vooral bekijken op Europees niveau en niet voor Nederland specifiek.
Tata Steel IJmuiden produceert nauwelijks tot geen staal geschikt voor defensiematerieel en ombouw is kostbaar en duurt lang. Veel fabrieken die defensiematerieel produceren staan daarnaast in het buitenland, dus daar zijn we voor de eindproducten sowieso afhankelijk van andere landen. De (zeer beperkte) hoeveelheid staal die wel nodig is voor defensie kan ruimschoots binnen Europa worden opgevangen gezien de grote overcapaciteit.
In de huidige krappe arbeidsmarkt heeft technisch en hoger opgeleid personeel zoals bij Tata zeer goede perspectieven. Uit onderzoek blijkt ook dat ondernemers in de regio weinig risico zien bij sluiting van Tata Steel.
De toekomstige vraag naar primair staal zal afnemen door verdere elektrificatie en circulariteit. Voor de overgebleven vraag is Nederland vanwege ruimtegebrek, schaarste aan duurzame energie en personeel geen logische locatie voor nieuwe groenstaalcapaciteit. Een Europese aanbesteding ligt meer voor de hand.
Ook het argument dat Nederland zonder Tata Steel afhankelijker wordt van het buitenland gaat voorbij aan de huidige realiteit. Nederland is al afhankelijk van andere landen voor grondstoffen: we hebben geen ijzererts- of kolenmijnen, dit importeren we uit Australië, Canada, Brazilie, Zweden. De vraag naar ijzererts in de EU27 is ruim vier keer zo groot als de productie, dus we zijn afhankelijk van landen binnen en buiten Europa.
Nederland is nu voor 90% van staalconsumptie afhankelijk van andere landen. Tata Steel IJmuiden exporteert 89% van alles wat ze produceert, met name dun staal voor de auto-industrie en verpakkingen. En van Nederlandse consumptie importeren we 90%, met name staal voor bouw en grovere toepassingen. Overigens is Europa voor staalproductie nauwelijks afhankelijk van China, anders dan veel mensen denken. Ongeveer 80% van het staal voor Europa wordt in de EU27 geproduceerd. Import komt met name uit Turkije, Zuid Korea, India en Vietnam. ~5% van de import komt uit China.
Tata Steel Nederland wordt aangestuurd vanuit een buitenlands moederbedrijf dat strategische keuzes maakt op basis van mondiale belangen. Het is dus niet zo dat de Nederlandse overheid kan bepalen welk type staal hier geproduceerd wordt, of dat er investeringen moeten worden gedaan op basis van de geopolitieke context.
Een veelgebruikt argument voor behoud van Tata Steel is het belang van staalproductie voor defensie. In de praktijk produceert de fabriek in IJmuiden echter geen staal dat geschikt is voor defensietoepassingen. Niet voor fregatten, niet voor munitie, niet voor drones, niet voor tanks. Ombouwen van de fabriek is niet eenvoudig, duurt jaren en zal grote investering vergen. Zelfs al zouden we staal maken in IJmuiden voor defensie, dan nog zijn de productieketens voor benodigd materiaal niet in ons land gevestigd, dus in de keten zijn we altijd afhankelijk van andere (Europese) landen. Defensie heeft overigens sowieso maar hele kleine hoeveelheden staal nodig. Van alle staalvraag wereldwijd is <1% voor defensie. Uit een bottom-up berekening blijkt dat zelfs bij verdubbeling van alle defensiematerieel in Nederland is maar 0,1-0,2 miljoen ton staal nodig (<2% van TSN jaarproductie). En de capaciteit om dit te maken is ruimschoots aanwezig in (West) Europa. Europa kent al zeker 15 jaar een benutting van 60-70%. Tata Steel Nederland produceert 4-5% van het staal in Europa, dit kan makkelijk worden opgevangen in andere Europese landen.
Bij Tata Steel IJmuiden werkten eind maart 2024 ongeveer 8.800 mensen, waarvan er dit jaar zeker 1.200 verdwijnen. Volgens onderzoek in opdracht van Tata Steel zouden er 19.000 indirecte banen gekoppeld zijn aan het staalbedrijf. De productieketen van TSN (grondstoffen, technologie, kennis en verwerking) bevindt zich echter grotendeels in het buitenland, deze inschatting lijkt daarmee erg hoog voor Tata Nederland. Dat de indirecte werkgelegenheid In de IJmond beperkt is, valt ook af te leiden uit een recente enquête die de Ondernemersvereniging IJmond hield. De meesten van de 116 ondervraagde ondernemers dachten dat hun bedrijf sterk genoeg is om een eventuele sluiting van Tata Steel op te vangen.
Er staan tussen de 70.000 en 80.000 vacatures open in de technische sector, 400.000 in Nederland totaal. In de IJmond stonden 8.100 vacatures open (regio Zuid-Kennemerland en IJmond), waarmee het te boek staat als “krappe arbeidsmarkt”. Deze krapte blijkt ook uit berichtgeving van Tata zelf: als de transitie naar groen staal door zou gaan, zouden tijdens de bouw ongeveer 2.000 werkplekken worden gecreëerd. Tata Steel geeft aan dat het vrijwel allemaal arbeidsmigranten zullen zijn, omdat er geen mensen beschikbaar zijn in de omgeving. Tata heeft bovengemiddeld hoog opgeleide mensen in dienst, met 63% van de mensen HBO/WO geschoold, en het overgrote deel van de mensen is technisch geschoold. Dit zijn juist groepen die op dit moment veelgevraagd zijn op de arbeidsmarkt. Uit onderzoek blijkt dan ook dat voor elke categorie van medewerkers van Tata de vooruitzichten op de arbeidsmarkt goed tot zeer goed zijn.
Het argument dat Europa niet afhankelijk wil zijn van staalproductie van buiten Europa is zeer valide. Ook in de toekomst zal er namelijk vraag zijn naar staal in Europa. Verwachtingen voor de vraag naar staal in Europa lopen uiteen van 130-200 MT/jaar in 2050, ten opzichte van ~130 MT nu en productiecapaciteit van 200 MT. Naar verwachting zal hiervan 60 – 80% worden geproduceerd met elektrische vlamboogovens uit schroot. De vraag naar nieuw staal is dan dus teruggelopen naar 26-80 Mton per jaar, waardoor veel minder staalfabrieken nodig zijn in Europa. De ambities van Nederland zijn nog hoger: als we in 2050 een volledige circulaire economie willen hebben dan gaat de vraag naar hoogoven / DRIs naar nul.
Sowieso is het niet relevant of haalbaar om strategische autonomie voor staalproductie op Nederlands niveau te bekijken. Als we een nieuwe groen staalfabriek gaan bouwen, dan is Nederland daarvoor geen logische plek door gebrek aan ruimte, een tekort aan betaalbare duurzame energie en een schaarste van technisch geschoold personeel. Betere plekken om dit te doen zijn bijvoorbeeld Spanje of Zweden, waar nog volop ruimte is om nieuwe fabrieken bij te bouwen. Helemaal omdat een groen staalfabriek gebouwd kan worden als energie-eiland, met genoeg ruimte is om ook groene waterstof lokaal te produceren. Er zijn daarvoor voldoende mogelijkheden op plekken waar veel hernieuwbare energie beschikbaar is. De Nederlandse overheid, of beter nog, de Europese Commissie, zou een aanbesteding kunnen opzetten voor een groen staalfabriek in Europa – de fabriek die dit het best kan en de minste overheidssteun nodig heeft om deze op te zetten zou financiering krijgen. Deze route is minstens net zo snel als het bouwen van de groen staalfabrieken in IJmuiden, omdat hier geen sprake is van de complexiteit van sloop en bouw tijdens het operationeel houden van fossiele staalfabrieken.
Om de beste ervaring te bieden, gebruiken wij technologieën zoals cookies om informatie over je apparaat op te slaan en/of te raadplegen. Door toestemming te geven voor deze technologieën kunnen wij gegevens verwerken zoals je surfgedrag of unieke ID’s op deze website. Als je geen toestemming geeft of je toestemming intrekt, kan dit nadelige gevolgen hebben voor bepaalde functies en mogelijkheden van de website.
Schrijf je in voor de Nieuwe IJmond nieuwsbrief.
✓ Je inschrijving is gelukt!
Door je aan te melden ga je akkoord met onze privacyverklaring.